Teksten Kerstliederen

EERSTE STASE
Aanvangloos en God zijnde komt Gij, Woord,
tot ons neergedaald door de Altijdmaagd.
Érourem~ érourem~ érou-érou-re-he-hem,
— gezegend zijt Gij, Heer!

Hij, Die Heer en Meester is heel der aard,
komt om te herscheppen den zieken Mens.

Komt, gij aardgeborenen, danst en viert,
juicht, gij eng’lenkoren, weest blij en zingt:

Laat ons in de grot gaan aanschouwen ‘saam,
Hem, Die’t Nieuwgeboren Kind wordt om ons.

Uit het Oosten komen de Koningen,
die Hem hun geschenken nu aanbieden.

Zij zoeken t’ aanbidden hun Heer en God,
Dien om ons geboren wordt in een grot.

Ziet de ster nu opgaan, die gidsen zal
naar de grot als leidslicht de koningen.

Naar den Koning, Die God vooreeuwig is,
Die nu wordt geboren uit d’Altijdmaagd.

TWEEDE STASE
Toen Herodes hoorde van dit vreemd nieuws
werd hij zeer ontsteld, daar hij listig was.
Heilig, Heer ~ Heilig, Heer~
— Heilig, Heer, zijt Gij, o Christus onze God.

En opdat hij voorkennen zou den dag
der geboorte sprak hij de priesters aan.

Zegt mij dan, gij wijzen en leraren,
waar toch wordt geboren de Heere God?

O, hoe ontzagwekkend en wonderlyk
dat de Heer der hemelen tot ons komt.

In de diepe nacht hoorde Jozef ’t woord
dat des Heren Engel toen tot hem sprak.

Vreemd en onvoorstelbaar is wat wij zien:
hoe toch komt op aarde de Heer, God Zelf?

Daar Hij immers zo vol ontferming is
en steeds onze zonden verduren wil.

Weer zien wij de hemelen opengaan
en daarom bezingen de Eng’len Hem.

DERDE STASE
Nu komen de Wijzen en vallen neer
voor den groten roem-rijken Alkoning.
Te-ri-ri-ri-rem, Te-ri-ri-ri-rem,
— te, ke Ananes; Wees verheugd, o Maagd.

Heden is het al vol van heil’ge vreugd:
d’aarde met de men-sen verblijdt zich weer.

Ziende dit groots wonder, zo ongezien,
juichen alle ko-ren der Engelen.

Hymnen bieden zij aan met smeekgebed
aan Hem Die de Mees-ter is des heelals.

’t Licht is opgestraald in de duist’re grot,
’t Woord Gods, Dat gebo-ren is uit de Maagd.

Om te redden hen, die in duisternis
en des doods de scha-duw gezeten zijn.

Lofzingt toch vol vreugd’ Christus onzen God,
priesters, volk en ko-ningen, al te zaam.

Maagdelyke Moeder en Meesteres,
bid toch tot Uw Zoon- voor ons zielenheil.

Plaats een reactie