INLEIDENDE TOESPRAAK SYNAXIS CLERUS ORTHODOX AARTSBISDOM VAN BELGIË EN EXARCHAAT VAN NEDERLAND EN LUXEMBURG La Roche- en-Ardenne

Metropoliet Athenagoras van België

  1. INLEIDING

Ik dank onze algoede en menslievende God die het ons mogelijk heeft gemaakt deze enkele dagen samen te mogen doorbrengen in deze prachtige omgeving, vergezeld van enkele personaliteiten die ons zullen inleiden in het thema: ‘De priester en zijn dienstwerk in het hart van de Europese Unie’. De bedoeling is van ons te bezinnen over het dienstwerk waartoe we geroepen zijn, in de welbepaalde context waarin we ons bevinden, en van te streven naar een betere coördinatie.

De Kerk, op aarde, bestaat niet voor zichzelf. Ze is er – zoals Christus – voor de mensen en hun redding. Haar natuur is onverbrekelijk van haar zending. De grote orthodoxe theoloog van de voorbije eeuw, Aartspriester Georges Florovsky, zegt ons dat “de eerste taak van de historische Kerk erin bestaat van het Evangelie te verkondigen”[1]. De natuur van de Kerk is dus de aanwezigheid van de Verlosser en de plaats van de Geest van liefde; zij is belast met de getuigenis van de heilbrengende Menswording, van de Blijde Boodschap te verspreiden. Het gaat er hem m.a.w. om de wereld te laten weten dat God ons liefheeft en ons redt in Jezus Christus.

De zending van de Kerk bestaat erin de wereld uit te nodigen tot bekering, om over te gaan van een leven dat slechts leidt tot de dood, naar een leven dat leidt tot het leven. Deze verkondiging en deze offerande worden door de Kerk aangeboden in woord en daad, “omdat de waarachtige aankondiging van het Evangelie er precies in bestaat in de diepe beleving van dit nieuwe leven, in de uiting van het geloof door ernaar te handelen”[2]. In feite is de Kerk niet alleen een getuige die weet en spreekt, maar een gemeenschap die inleidt: Zij leidt de gelovigen in, in de ervaring van het Mysterie dat Ze aanbiedt. “Het ambt van het Woord kent aldus zijn vervolmaking in het dienstwerk van de sacramenten”[3].

De Kerk identificeert zich niet met historische of sociale feiten, maar is bepaald door het eenvoudige feit dat de wereld geroepen is tot de redding in God. Dus ja, de Kerk is in het hart van de wereld! Vergeten we het nooit: de kerk is voor alles een eucharistische gemeenschap, vandaar ook dat ze een voortdurend wonder is. Ver boven de spanningen en problemen die er zijn, mogen we nooit de waarheid van het mirakel en het mysterie van de Kerk vergeten: nl. dat – niet tegenstaande onze menselijke zwakheden – de Kerk altijd ‘God is met ons’ blijft, de icoon van de Heilige Drie-eenheid.

  1. EENHEID EN COMMUNIO

De éénheid van de mens met Christus werd sinds vroeg in de Primitieve Kerk beleefd in de Goddelijke Eucharistie, als een incorporatie van de Kerk, nl. de gemeenschap van gelovigen, in Christus. De betekenis van de Kerk en van haar éénheid beperkt zich echter niet helemaal tot een eucharistische éénheid. De Kerk verschijnt ook sinds haar oorsprong als één in het geloof, in de liefde, in de unieke doop, in de heiligheid van het leven, enz.  Maar dit alles is opgenomen in de Eucharistie.

De Heilige Eucharistie is niet iets als een eenvoudige verticale persoonlijke ontmoeting met God. De Eucharistie is wezenlijk sociaal en kerkelijk. In het kerkelijk bestaan is er waarschijnlijk geen enkele andere gebeurtenis waarbij de christenen ophouden individuen te zijn en om zo Kerk te worden. De Eucharistie, het gebed, het geloof, de liefde, de naastenliefde – m.a.w. alles wat de gelovigen individueel nastreven – houden op het “mijne” te zijn, om het “onze” te worden. De Eucharistie is niet enkel communio van elkeen met Christus; ze is ook communio van de gelovigen onderling en eenheid in het Lichaam van Christus.  De Eucharistie is m.a.w. de meest anti-individualistische handeling van de Kerk.

  1. DE GODDELIJKE GENADE DOORGEVEN

Voor deze handeling van de kerkelijke gemeenschap was het noodzakelijk in de Heilige Geest het ambt van Christus te bevestigen. Elke kerkelijk ambt bestaat echter niet als een parallel ambt aan dat van Christus, maar als een openbaring van het ambt van Christus, in een mystieke en sacramentele werkelijkheid.

Gewijde ambtsdragers, te beginnen met de bisschop, hebben als essentiële taak om door het woord en de sacramenten de genadegave van God aan de mensen te openbaren en over te brengen, nl. de waarheid, de genade en de verlossing die aangeboden worden in de verrezen Christus. De leken hebben als voorname roeping om bewust te wederantwoorden en God het bestaan en de verlossing die ze van Hem ontvangen hebben wederkerig aan te bieden. Er is geen tegenstelling, maar een aanvulling tussen de roepingen van geestelijken en leken. Samen vormen zij het volk Gods. Het is de bisschop die voorgaat bij de viering van de eucharistie. Hij wordt omringd door een college van presbyters (‘ouderen’), diakens en leken. “Er is een verscheidenheid van gaven, maar er is slechts één Geest” (1 Kor. 12,4).

Inderdaad, de primitieve, onverdeelde Kerk begreep de Eucharistie enerzijds als een verzameling of bijeenkomst en anderzijds als een handeling[4]. Het is immers niet voldoende Christus’ “voorbeeld” en “leer” te volgen, dat ons werd overgeleverd in het Evangelie, maar door de Eucharistie kunnen wij aan Zijn Goddelijk leven deelnemen. Door onze deelname wordt het ons echter steeds duidelijker dat Christus ons in Zijn verhouding met de Kerk een grote paradox brengt: terwijl Hij immers in de hemel verheerlijkt wordt, is Hij terzelfdertijd aanwezig op aarde en in de Eucharistie. De eucharistische eredienst is aldus de hemelse eredienst zelf[5].

Ten tijde van de apostelen waren er slechts helpers nodig om kleine taken uit te voeren. Ze kozen zeven diakens uit. Deze zeven personen met een sterk geloof werden gewijd door handoplegging en smeekgebed, waarbij de genade van de Heilige Geest over hen neerkwam (Hand. 6,6). Later wijdden de Apostelen presbyters (priesters), die meer taken uit te voeren kregen dan de diakens. Vervolgens wijdden de Apostelen bisschoppen voor de Kerk. Als voorbeelden hiervan vermelden we Timotheos die tot eerste bisschop van Efeze werd gewijd (1 Tim. 1,3) en Titos tot eerste bisschop van Kreta (Titus 1,5).

  1. DE ROL VAN DE BISSCHOP

De plaats van de bisschop, als voorganger van de Eucharistie, geeft hem de taak de sacramenten te voltrekken, maar ook van de lokale Kerk te besturen en haar te onderrichten, getrouw aan het geloof, de traditie en de canons van de Kerk. De bisschop is diegene die toeziet over het volk Gods’, volk dat hem door God is toevertrouwd.

Sinds het einde van de derde eeuw werden door de bisschop priesters uitgestuurd om in zijn naam voor te gaan bij de viering van de Eucharistie in de parochies. Maar de sacramentele band met de bisschop bleef bestaan. Ook buiten het liturgisch leven om, speelt de bisschop een centrale rol in de diverse activiteiten van de plaatselijke kerk. De gebeden van de bisschopswijding wijzen erop dat de bisschop een licht is voor de wereld, een leraar die zijn volk onderwijst, de imitator van de Goede Herder, die zijn leven heeft voor de schapen. Hij oefent, als voorzitter van de bisschoppelijke raad, een administratief gezag uit over de personen en de goederen van de plaatselijke kerk en dit op basis van het canonieke recht. Dat is de reden waarom de Heilige Ignatius de Goddrager (tweede eeuw) schreef: “Laat niemand iets doen in de Kerk zonder medeweten van de bisschop” (Smyrnioten, 8,1).

Het is de bisschop die zijn priesters en diakens kiest, instaat voor hun vorming en hen leidt. Hij is het die hen benoemt tot verschillende ‘diensten’ en ‘verantwoordelijkheden’ in de schoot van de Kerk. Hij is het ook die waakt over de eenheid van de lokale Kerk en over de rechtmatigheid van het leven van de verschillende gemeenschappen, parochies en monasteria.

  1. IN NAAM VAN DE BISSCHOP

Priesters delen in de functies van het episcopaat. Ze hoeden en beheren de lokale parochies, ze geven onderricht en vieren de heilige sacramenten voor het geestelijk welzijn van het volk Gods en vragen raad aan de bisschop over zaken betreffende het bisdom. Zij die geroepen en gewijd zijn om de Kerk te dienen worden aangeduid als ‘geestelijken’ (clerus), omdat ze worden gekozen. De geestelijkheid bezit geen intrinsieke persoonlijke heiligheid vanwege hun wijding. Integendeel, zij streven ernaar om die te verwerven, net als alle christenen. De geestelijkheid dient de liefde van Christus te belichamen en bij de gemeenschap getuigenis af te leggen van de essentie van het christelijk leven. Anderzijds is het goed dat de geestelijkheid in zijn kudde de aanwezigheid van Christus ontdekt. Door deze wederzijdse getuigenis helpt men de andere een levend lid van het lichaam van Christus te worden.

“Is iemand van u ziek? Laat hij de presbyters van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer”(Jak. 5,14) of “Allereerst vraag ik dat men gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen verricht voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij, ongestoord en rustig, een in alle opzichten een vroom en waardig leven kunnen leiden. Dit is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder” (1 Tim. 2, 1-3).

Waarom ik dit alles hier even op een rijtje wou zetten, is niet om mezelf, als bisschop van deze lokale Kerk te rechtvaardigen, maar wel om duidelijk te stellen dat ik op u, onze goede priesters en diakens, steun, om dit zware dienstwerk te vervullen, zodat we op het einde van dit aardse dienstwerk een goede verantwoording mogen afleggen voor de rechterstoel van Christus. Maar evenzeer om het kader te schetsen in het welke wij, u en ik, samen leven, handelen en geestelijk en pastoraal verantwoordelijkheid dragen.

Zo begrijpen we des te beter dat we nood hebben aan dergelijke bijeenkomsten m.o.o. een optimalisatie van ons dienstwerk in de schoot van onze Heilige Orthodoxe Kerk. Ik heb geopteerd voor een driedaagse, veeleer dan korte bijeenkomsten te houden, die ons noch de tijd noch het kader bieden om dieper in te gaan op de vele aspecten van het werk dat we dienen te volbrengen. Voortaan zullen we deze bijeenkomsten jaarlijks houden, telkens met een ander thema. Voor deze eerste bijeenkomst bedachten is ‘Het leven en het dienstwerk van de priester in het hart van de Europese Unie’. Dit bestaat weliswaar uit verschillende aspecten, die in eerste instantie door onze drie voorname hoofdsprekers zullen worden belicht. Daarnaast zal u zelf de mogelijkheid hebben de diverse facetten verder te bestuderen.

  1. ROEPING VOOR HET LEVEN

Het priesterschap is een roeping of een leven, en dus niet gewoon een beroep onder de vele anderen die men zelf kan kiezen. Dit betekent dat de priester of de diaken door God geroepen is en door Hem de gave ontvangt, dat wil zeggen, de genade om zijn werk te volbrengen. Daarom bind ik u op het hart om het vuur aan te wakkeren van Gods genadegave, die in u is door de oplegging van mijn handen. … [God] die ons gered heeft en ons heeft geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze daden, maar volgens zijn eigen besluit en genade (II Timotheüs 1: 6,9). De roeping is heilig, hoog (Filippenzen 3:14), hemelse (Hebreeën 3: 1), en dus het antwoord op deze roeping en de aanvaarding en uitvoering ervan zijn verschillend van de keuze en de vervulling van eender welk ander beroep.

Het komt erop neer dat het leven van de priester geheel en al gewijd is aan de dienst van God en het Gods volk, de hele dag en elke dag. Elk deel van zijn persoonlijk leven weerspiegelt zijn roeping en zijn verantwoordelijkheid. Zelfs als, omwille van bepaalde omstandigheden, hij naast zijn priesterschap een seculiere baan heeft om te voorzien in de noden van zijn gezin, blijft zijn priesterschap zijn enige roeping en deze kan nooit als een deeltijdse baan worden gezien.

  1. ZELF BELEVEN WAT MEN PREDIKT

Bij de uitvoering van zijn taken, moet de priester in de eerste plaats het woord prediken. Hij laat nooit de kans voorbijgaan om de verlossende waarheden, geopenbaard door onze Heer Jezus Christus, te onderrichten. Niet alleen in preken in de kerk, maar ook in de klas of wanneer hij op bezoek is bij zijn gelovigen. Maar wat hij onderwijst, dient ook hijzelf ook opgenomen te hebben in zijn persoonlijk leven.

Priesters zijn, in de woorden van de Heilige Paulus: “dienaren van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen” (1 Kor. 4,1). De enorme verantwoordelijkheid voor het beheer van de geheimen of sacramenten van God, kan niet genoeg worden benadrukt. Het is passend hier om te herinneren aan de woorden van het gebed aan het begin van de ritus van de Heilige Doop: “Was mij van mijn onreinheid, en heilig mij geheel en al door Uw geestelijke kracht, opdat ik, terwijl ik anderen de vrijheid verkondig en het volkomen geloof overdraag, niet zelf verloren moge gaan”.

Naar het voorbeeld van de Apostelen, zal de priester zichzelf “voortdurend wijden aan het gebed en in de bediening van het woord” (Hand. 6,4). Apostel Paulus maant zijn leerling Timotheus aan “in de eerste plaats, smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen” (1 Tim. 2,1). En de Thessalonicenzen beveelt hij aan: “Zonder ophouden te bidden” (1 Thes. 5,17). Gebed moet noodzakelijkerwijs de basis vormen voor de vervulling van alle taken van de priester. De priester is een man van gebed in de kerkdiensten, thuis in de familiale kring, met andere leden van zijn kudde, en vooral in zijn persoonlijk leven. Een priester kan moeilijk zijn gelovigen aanmoedigen te bidden, als hij zelf het bidden verwaarloost.

  1. BIECHT EN VASTEN

In vele gevallen is de priester ook een geestelijke vader en/of biechtvader, althans als hij hiervoor de uitdrukkelijke zegen heeft ontvangen van zijn bisschop. Het is evenwel belangrijk dat hij zelf ook regelmatig terugkomt bij een geestelijke vader en weliswaar in het sacrament van de biecht. Dit is van vitaal belang voor het innerlijke leven van de priester en voor zijn spirituele status, die de werkelijke toestand is van elke mens. De de biecht is voor de priester een innerlijke handeling die noodzakelijk is voor zowel de redding van zijn ziel, als voor deze van de zielen van zijn parochianen. Alleen zo kan hij de Allerzuiverste, onze Heer Jezus Christus, benaderen in de viering van de goddelijke sacramenten, en in het bijzonder dit van de Eucharistie.

Hetzelfde geldt voor de vasten, waarbij gestreefd wordt te komen tot de totale ommekeer van de innerlijke mens, de metanoia, die ons helpt meer aandacht te hebben voor God en de naaste. Zo kunnen we ons meer richten op God en Hem laten doordringen in ons dagelijks leven.

Daarom is het aangewezen dat priesters en diakens in hun verlofperiode ook tijd vrijmaken voor een meerdaags bezoek aan één of meerdere kloosters, als een moment van bezinning en stilte. Onze kloosters bieden ons, die helaas al te vaak verstrengeld geraken in het werelds opgejaagd leven, de gelegenheid om de rust en spirituele stilte te vinden. Deze zijn broodnodig om Gods aanwezigheid te herontdekken. De monasteria zijn die plaatsen waar nog geluisterd wordt naar de ontredderde mens of waar men nog ‘leiding’ geeft. Deze bezoeken kunnen ook verrijkend zijn in familieverband. Het is immers duidelijk dat de echtgenote van de priester (presbytera) en hun kinderen in een zekere mate delen in het pastorale en geestelijke leven van de priester en deze deelname dient eveneens gevoed te worden door het gebed en een begeleiding.

  1. BIJGESTAAN DOOR DE PRESBYTERA

We zijn bijzonder verheugd dat Presbytera Vassiliki Hookway onder ons is en zal getuigen over de specifieke rol die weggelegd is voor de vrouw van de priester. Want inderdaad, heel het gezinsleven van de priester is gestoeld op en in het onophoudelijk pastoraal en liturgisch leven van haar haar man. Iedere dag, ja zelfs ieder ogenblik moeten zij beschikbaar blijven om te luisteren, een antwoord te geven, te helpen, thuis te ontvangen, zich te verplaatsen, zieken te bezoeken… Haar taak beperkt zich weliswaar niet tot haar roeping van presbytera. Zij is immers ook nog echtgenote (en in de meeste gevallen ook moeder) en heeft ook deze blijvende zorg waar te nemen. Zij is het ook die haar man, de priester, eraan herinnert dat hij ook ‘papa’ is, en dat hij ook daar soms verwacht wordt. De presbytera weet in dit alles op subtiele wijze een harmonie te leggen.

Dit brengt ons op het sociale en ondersteunende karakter van de priester. In 2006 werd ons gevraagd te antwoorden op een resem vragen m.b.t. de sociale relevantie van de taak van de priester. Dit bracht ons tot een opmerkelijk resultaat. Na bezinning en overpeinzing mochten we vaststellen dat de priester één van de weinigen is die in de huiskring van zovele van onze gelovigen komt en ziet hoe het leven er aan toe gaat. Hij is het die hen bezoekt in de ziekenhuizen, bejaardentehuizen, gevangenissen. Elk bezoek laat de priester toe een beeld te vormen over hoe deze mensen leven, zelfs op vlak van hygiëne, voeding, comfort, verwarming, maar uiteraard ook inzake de familiale en sociale banden. Vaak komt hij tussen, als een soort sociale assistent. Hierbij is het heel belangrijk dat de priester of diaken voldoende kennis heeft van de voertaal van het land of de regio waar hij dient. Dit is ook zo voor het zware administratieve luik dat op zijn schouders rust. Zonder voldoende kennis van de landstaal kan de priester zijn taak niet naar behoren volbrengen. Dit is zeker het geval in landen waar onze Kerk officieel erkend werd en waar we moeten tegemoetkomen aan tal van formaliteiten en noodzakelijke contacten. Vergeten we niet dat de taak van de priester ook een representatief luik kent, zowel in contacten met burgerlijke overheden, als in inter-orthodoxe en oecumenische contacten. Komt daarbij dat we steeds meer geconfronteerd worden met gemengde huwelijken en dus ook voortreffelijk moeten wederantwoorden aan nieuwe omstandigheden.

  1. OMRINGD OOK DOOR EEN KERN VAN PERSONEN

Het is belangrijk dat de priester in zijn vele taken en verantwoordelijkheden zich laten omringen door een goede kern van personen, die hem ondersteunen, bijstaan en indien nodig raad kunnen geven. Hijzelf kiest die kern van gelovigen uit en laat deze keuze bekrachtigen door het Aartsbisdom. Deze mensen staan hem bij in het liturgisch en administratie leven van de parochie, want inderdaad de priester is ook de goede huisvader (oikonomos) van de kerk en bijhorende lokalen van de parochie. Hij zorgt ervoor dat bij de liturgische vieringen alles vlot kan verlopen. Hij waakt er ook over dat de celebratie van de diensten in schoonheid kunnen gebeuren. Dit betekent dat de kerk – het Godshuis – proper en net is, dat er geen overbodige zaken een plaats krijgen en dat alles wat er is en erin gebeurt wederantwoordt aan de schoonheid die we nastreven. Dit is de inrichting en versiering van de kerk (dit alles met de zegen van de bisschop), de uitvoering van de gezangen, dat wie in het heiligdom dient getooid zijn met een passend sticharion of rasso, dat de nodige voorbereidingen zijn getroffen voor uitzonderlijke vieringen en grote feesten, etc. Belangrijk hierbij is een minimum aan gevoel voor esthetiek!

Verder lijk het me ook opportuun dat onze priesters en diakens waakzaam zijn voor mogelijke roepingen in de schoot van ons Aartsbisdom en hiervoor de nodige inspanningen doen. In de lessen pastorale theologie die wij in Thessaloniki werd ons duidelijk gesteld dat elk bisdom in de mogelijkheid moet zijn zelf een clerus voort te brengen, te beschikken over het minimum van structuren die nodig zijn voor haar werk (theologische en catechetische vorming, filantropische instituten, uitgaven, opleiding tot koorzangers en iconenschilders, …) en die haar de mogelijkheid moeten kunnen bieden de hedendaagse problemen te trotseren[6]. Er rijzen hierbij vragen op? Doen we als bisdom, als parochie wel voldoende inspanningen om dit mogelijk te maken? We investeren in tal van zaken (meestal materiële). Investeren we ook in de vorming van toekomstige catecheten, koorzangers, theologen, priesters, …?

We hebben nood aan een goed team van clerus en van optimale contacten onder elkaar. Dit stimuleert ons in ons dienstwerk. In de schoot van de parochie moet alles een gelegenheid zijn om te delen en om te communiceren. We zijn dus allen geroepen, clerus en leken, om samen te werken en elkaar te helpen. De herder is uiteraard de bisschop of de priester, die zich zelfs inzet voor het verloren schaap. Maar ook opdat elkeen van de schapen zouden groeien in de liefde, in de kennis, in het geweten en in de kunst van te kunnen onderscheiden.  Zelfs opdat men kan leren zichzelf te verdedigen tegen elk kwaad dat men op zijn levenspad ontmoet.

  1. CONCLUSIE

Te vaak laat men zich meevoeren met de stroming van de wereld. Zonder veel na te denken, zonder enige weerstand, zonder enig besef dat men er zelf spiritueel aan ten onder gaat. De grootste vijand is vandaag de onverschilligheid voor God en voor het geestelijk leven. De wereld, de hedendaagse consumptiemaatschappij, maakt van ons ‘futloze wezens’, zonder weerstand, die geen warmte meer kunnen geven, noch liefde, die geen rust en innerlijkheid meer kunnen vinden, die geen interesse meer hebben voor wat buiten de sleur van het alledaagse ligt, die iedere levensverdieping missen en vandaar ook ieder bewustzijn van Gods aanwezigheid.

Daaraan zien we dat onze verantwoordelijkheid heel groot is en we voldoende kracht moeten hebben om dit te volbrengen. Dit alles wat ik hier heb opgesomd, geldt in eerste instantie voor mezelf, zondaar, en het is in deze geest dat ik dit met u wil delen, in de hoop dat u dit wilt aanvaarden en opnemen in uw eigen leven, ter ere van God en voor het welzijn van Christus Heilige Kerk.

[1] FLOROVSKY, G., L’Eglise: sa nature et sa tâche, in «L’Eglise universelle et le dessein de Dieu. Rapport préparatoire de l’Assemblée d’Amsterdam: 1948», s.l., 1949, p.77.

[2] Ibid, p.55.

[3] Ibid, p.78.

[4] Ioannis Zizioulas (Metropoliet van Pergamon), De eucharistische visie van de wereld en van de hedendaagsemens, in Het Kruis N°1 (januari-februari 1997), Brugge.

[5] Cf. Jean Zizioulas (Métropolite de Pergame), L’Eucharistie, l’Evêque et l’Eglise durant les trois premiers siècles, Paris, 1994, p. 74.

[6] Άλεξάνδρου Γουσίδη, Ποιμαντικὴ στὴ σύγχρονη κοινωνία, Θεσσαλονίκη, 1986, σελ. 65-66.

FOTO’s: https://get.google.com/albumarchive/107621793365852364254/album/AF1QipP0yoEZYP4bM7ufYLyJIQyBcXK–1yHgBfhf4Dq

Download van de inleidende toespraak: 2016-11-02-synaxis_klerus

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s